Sinds 1995 geldt een landelijk systeem voor de waardering van onroerende zaken, de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).
Op grond van de Wet WOZ worden alle onroerende zaken in Nederland jaarlijks gewaardeerd.
Sinds de invoering van de Wet WOZ gaan Gemeenten, Waterschappen en het Rijk uit van dezelfde waarde van een onroerende zaak, de WOZ-waarde.
De WOZ-waarde wordt gebruikt voor de belastingheffing door:
- het Rijk, de Rijksbelastingdienst gebruikt de WOZ-waarde voor:
- de inkomstenbelasting voor het eigenwoningforfait, de vermogensrendementsheffing voor woningen die "niet tot hoofdverblijf dienen" (= 2e woningen) en de afschrijving van bedrijfsgebouwen;
- de vennootschapsbelasting voor de afschrijving van bedrijfsgebouwen andere heffingen;
- voor andere belastingen, zoals de regulerende energiebelasting, maar is dit niet verplicht.
- de Gemeenten gebruiken de WOZ-waarde voor:
- de onroerende-zaakbelasting (OZB) die wordt geheven van de eigenaren van woningen en niet-woningen en van de gebruikers van niet-woningen. Gebruikers van woningen krijgen sinds 2006 geen aanslag OZB meer;
- de Waterschappen gebruiken de WOZ-waarde voor:
- de heffing van de omslag gebouwd, geheven van eigenaren van gebouwde onroerende zaken. Op een enkele uitzondering na (bij kassen) is dat dezelfde onroerende zaak als voor de gemeentelijke onroerende-zaakbelastingen.
De WOZ-waarde op de WOZ-beschikking geldt voor één kalenderjaar. Vanaf 2007 wordt de waarde jaarlijks vastgesteld.
Dat gebeurt naar een waardepeildatum die één jaar daarvoor ligt.
Voor het kalenderjaar 2008 ontvangt u een nieuwe WOZ-beschikking waarin de waarde naar de waardepeildatum 1 januari 2007 is bepaald.
De WOZ-waarde wordt voor 2009 dus vastgesteld naar het waardeniveau op 1 januari 2008.
Sinds 1 januari 2007 is de Wet Werken aan Winst in werking getreden met als doel de vennootschapsbelasting te verlagen.
Om deze verlaging te financieren wordt vanaf 1 januari 2007 de mogelijkheid om af te schrijven op gebouwen sterk beperkt.
Vanaf 2007 mogen ondernemers bij de berekening van de belastbare winst, op de boekwaarde van gebouwen niet verder afschrijven dan tot de bodemwaarde.
Deze bodemwaarde is gekoppeld aan de WOZ-waarde.
Bij verhuurde gebouwen is de bodemwaarde veelal gelijk aan 100% van de WOZ-waarde en bij gebouwen in eigen gebruik aan 50% van de WOZ-waarde.
Er zijn echter verschillen in de wettelijke definities tussen de WOZ-waarde en de bodemwaarde, waardoor een juiste vaststelling van beide waarden van groot belang is.
Bent u het niet eens met de WOZ-waarde dan kunt u binnen 6 weken na dagtekening van de WOZ-beschikking bij de Gemeente bezwaar maken.
U maakt dan automatisch bezwaar tegen de aanslag OZB.
Uw bezwaarschrift moet u motiveren en het is aan te bevelen direct het taxatieverslag op te vragen.
In het taxatieverslag staat de onderbouwing van de Gemeente. U kunt deze gegevens gebruiken voor uw bezwaarschrift.
De Gemeente doet daarna een uitspraak op uw bezwaarschrift. Als u het niet eens bent met de uitspraak, dan kunt u binnen 6 weken na dagtekening van de uitspraak beroep aantekenen bij de Rechtbank.
Als de Rechtbank het beroep afwijst kunt u hoger beroep bij het Gerechtshof instellen.
Wilt u sterk staan tijdens uw bezwaarprocedure dan weegt een taxatierapport van een WOZ-gecertificeerde taxateur in uw voordeel.
Taxaties & CO is uiteraard WOZ-gecertificeerd.
Taxaties & CO taxeert niet namens de Gemeente doch uitsluitend in opdracht van belanghebbenden.